Terug

GI en GL uitgelegd

Zonder jargon. In gewone taal.

Wat is de glycemische index?

Zie de glycemische index (GI) als een snelheidsmeter voor je bloedsuiker. Elk koolhydraatproduct laat je bloedsuiker stijgen — de GI zegt hoe snel dat gaat. Pure glucose is de referentie: GI = 100. Een hoge GI betekent een snelle, steile piek. Een lage GI betekent langzame, geleidelijke opname.

Langzame brandstof houdt je langer verzadigd en voorkomt de bekende “suikerdip” na een maaltijd. Linzen (GI ~28), havermout (GI ~55) en volkorenbrood (GI ~51) zijn voorbeelden van producten met een lage tot gemiddelde GI. Witbrood (GI ~75), cornflakes (GI ~81) en witte rijst (GI ~73) scoren hoog.

Laag ≤55Gemiddeld 56–69Hoog ≥70

Wat is de glycemische lading?

De GI heeft een blinde vlek: hij houdt geen rekening met de portiegrootte. Neem watermeloen: die heeft een hoge GI (76), maar per plak zitten er maar 11g koolhydraten in. Eén plak watermeloen doet dus veel minder met je bloedsuiker dan een bord witte rijst, ook al is de GI hoog.

De glycemische lading (GL) lost dit op. De formule is simpel:

GL = (GI × koolhydraten per portie in gram) ÷ 100

GL combineert snelheid én hoeveelheid. Het is de meest praktische maat om te weten wat een product écht met je bloedsuiker doet. Streef naar maaltijden met een lage tot gemiddelde GL.

Laag ≤10Gemiddeld 11–19Hoog ≥20

Waarom suikerklontjes?

“32 gram koolhydraten” zegt weinig. “8 suikerklontjes” zegt alles. Eén standaard suikerklontje weegt ongeveer 4 gram. Voor je lichaam werkt 4 gram zetmeel uit rijst of brood ruwweg hetzelfde als 4 gram tafelsuiker: het wordt afgebroken tot glucose. Door alles in suikerklontjes uit te drukken, wordt de hoeveelheid koolhydraten onmiddellijk voelbaar.

Ga nu opzoeken wat in jouw eten zit

Zoek een product